Rondreis Cambodia, 16 dagen, van 19 maart tot 3 april 2017

Een nieuwe reis, een avontuurlijke reis, een reis die bovendien  net op het nippertje doorgang vond na een laatste aanmelding. We zijn met een kleine groep, een selecte groep, een groep van 9 personen, de reisleider niet meegerekend.

Hier volgt een persoonlijk verslag van deze bijzondere reis, primair bedoeld voor de groep zelf. De officiële reisbeschrijving staat in de brochures en op de site van Djoser.

PLEASE USE SELECT LANGUAGE to the LEFT, FOR OTHER LANGUAGE.

19 maart

19 maart

Een avontuurlijke reis. Zegt u dat wel. Het avontuur begon al op Schiphol. Ik was jaren niet op Schiphol geweest, maar ongelooflijk, wat een uitbreidingen en wat een veranderingen. En ik begreep nu ook waarom wij er drie uur van tevoren aanwezig moesten zijn. Er lagen nogal wat ‘hordes’ op de weg. Allereerst een lange slingergang tussen stalen hekken voor we bij de incheck balies waren. Vervolgens een nog langere slingertocht  bij de beveiliging waar we ons half uit moesten kleden en met opgeheven armen gescand werden en tot slot een paspoort controle waar het paspoort in een machine verdween en waar een foto van ons gemaakt werd. Ik benijd de mensen niet die in de rij staan en nodig naar het toilet moeten.

De Boeing 777-300ER van Cathay Pacific, vlucht CX270, ontving ons hartelijk. De kist was niet helemaal vol, hier en daar waren nog enkele open plekken. Ik kwam naast een ervaren mede Djoser passagier te zitten, die mij direct herkende aan het label dat aan mijn rugzak hing en die mij even goed bijpraatte over de in’s en out’s van een reis met Djoser. Het avontuur kon beginnen. Maar dat duurde even. Dat duurde bijna twee uur. In die tijd werd het vliegtuig eerst nog even naar een parkeerplaats halverwege de startbaan gereden omdat een ander vliegtuig aan de gate moest ‘afmeren.’ Later bleek dat de vertraging te wijten was aan de drukte op Schiphol en aan de werkzaamheden die op de luchthaven werden uitgevoerd. Daar waren we mooi klaar mee, want we hadden net iets meer dan twee uur de tijd om in Hongkong over te stappen op het vliegtuig naar Phnom Penh. Dat gingen we dus niet halen.

De vlucht zelf verliep voorspoedig. We werden ruim voorzien van kussens, dekens, koptelefoons, maaltijden, drankjes en een grote hoeveelheid films op ons eigen privé schermpje op de stoel voor ons. Slapen, in de economy class, is maar weinigen gegeven. Uit het raam kijken leverde ook niet veel op want het was zo’n beetje gedurende de hele route bewolkt. En nacht.

We gingen tijdens de vlucht van zaterdag 9 naar zondag 10 april.

 

20 maart

 

20 maart

Bij aankomst in Hongkong wachtte ons een grote verassing. De vlucht naar Phnom Penh was al vertrokken maar, een geluk bij een ongeluk, de reisleider was met ons mee gereisd. En ontpopte zich direct als een prima reisleider. De Djoser gasten werden geïdentificeerd en we konden met elkaar kennismaken. Vier vrouwen, waarvan twee uit België, en vijf mannen. Waaronder een oom met zijn nichtje en een moeder met haar zoon. Patrick, onze reisleider, ging direct aan de slag. Het regelen van een vervangende vlucht naar Phnom Penh. Dat werd een latertje omdat we eerst naar Bangkok zouden moeten om daarna over te stappen op een vlucht naar Phnom Penh. Het regelen dat onze bagage mee zou gaan. Het regelen van de business lounge op het vliegveld van Hongkong waar we wat konden uitrusten, eten, drinken en zelfs douchen. Heerlijk. En wat een bijzonder vliegveld. Aangelegd in zee, super modern en van alle gemakken voorzien.

Eind van de middag vertrokken wij naar Bangkok. Daar moesten we weer door de molen, om via allerlei poorten en gangen in de vertrekhal van Phnom Penh aan te komen. In een van de vele restaurants hebben we toen een heerlijke oosterse maaltijd genuttigd. ‘s Avonds laat vlogen we naar Phnom Penh. Daar aangekomen, al behoorlijk ‘gaar’ van de wederwaardigheden onderweg, moesten we eerst nog een visum regelen. Dat kon op de luchthaven en kostte 30 dollar. De operatie werd uitgevoerd door een ‘batterij’ van negen ambtenaren, gezeten op een rij. Toen op zoek naar onze bagage en die was gelukkig meegekomen. Buiten was het warm, benauwd warm. 31 graden Celsius ’s avonds om 24:00 uur. Er stond een grote menigte bij de uitgang, waaronder heel veel kleine kinderen. Er werd direct contact gezocht met onze lokale gids, Nara en met de chauffeur van ons busje. Die werden na korte tijd gevonden, toen was het even wat bijpraten en regelen en daarna konden op weg naar ons hotel.

Het hotel lag midden in de stad. Wat een drukte, wat een enorme hoeveelheid stalletjes langs de weg en wat een rotzooi op straat. We checken in. De ‘porters’ van het hotel, het Dara Reang Sey hotel, dragen de zware bagage naar de kamers en worden door Patrick uit de fooienpot, waar we allemaal 40 dollar in gestort hebben, betaald. En dan, wat dan?

21 maart

21 maart

Het is inmiddels 21 maart geworden en enkelen van ons zit zo vol met adrenaline dat er van slapen voorlopig niets terecht zal komen. Dus dan maar de stad in. We passeren een groep luidruchtige prostituees die ons van alles en nog wat toeschreeuwen en komen aan op de boulevard. Daar kijken we met ontzag naar de machtige Mekong rivier. Breed, majestueus. We wandelen naar het koninklijke paleis en verbazen ons over de rotzooi die overal op straat ligt. We duiken een café in en genieten van onze eerste glazen Ankor bier. Er zullen er nog velen volgen. Dan terug naar het hotel want we moeten de volgende dag, inmiddels is het al dezelfde dag geworden, vroeg op pad.

De bus vertrekt om 0700. Hoewel we maar een paar uur geslapen hebben en bijna 36 uur op reis zijn geweest, voelen we ons relatief goed. Geen jetlag, geen hoofdpijn, heel bijzonder. We toeren nog even met de bus door de stad, Patrick vertelt ons het nodige over Cambodia, geeft een aantal goede adviezen en reikt wat informatie uit. Onder meer een kaart van Cambodia. Vandaag wordt het een lange dag. Een tocht van meer dan 600 kilometer over niet al te beste wegen, naar het noorden van Cambodia, naar Banlung, dicht bij de grens met Laos. Het is de vraag of het zo verstandig is om na een lange vlucht direct de eerste dag al zo lang in de bus te zitten. Maar we zijn blij dat we Phnom Penh uit zijn. Een stad van 2 miljoen inwoners, smerig, druk, propvol met brommers en nog getekend door de vreselijke Rode Kmer slachtingen die dit land teisterden van 1975 tot 1979.  Ongelooflijk hoe gruwelijk en hoe wreed. De angst en de smart zijn nog steeds voelbaar. Meer dan 2 miljoen mensen, van de eigen bevolking, zijn er afgeslacht.

In de hotels worden geen ontbijten geserveerd. En die zitten ook niet in de prijs. We moeten apart betalen voor ontbijt, lunch en diner en eveneens voor alle uitstapjes die we onderweg willen maken. Maar het eten kost bijna niets en ook de uitstapjes zijn vrij goedkoop. We stoppen in het plaatsje Skuon. Bij een restaurant dat vlak naast een drukke markt ligt, een markt waar van alles te krijgen is. Met als specialiteit gefrituurde kikvorsjes, schorpioenen, krekels en ander gefrituurd ongedierte. Een van ons koopt een zak vol van die gefrituurde wezens en geniet zichtbaar. Een ander bestelt een broodje kaas. Mooier zijn de verschillen in eetgewoonten binnen de groep niet aan te geven. Een broodje kaas is er niet, kaas bestaat nauwelijks in Cambodia, maar er is wel een omelet. Later zullen de ontbijten, en lunches uit ruwweg twee soorten gerechten bestaan. Soep, pittige soep soms met noedels en verse groenten, vaak voorzien van een bakje witte rijst en een omelet met brood. Met water uit de fles, thee, koffie en bier als drank.

We rijden verder langs de Mekong rivier naar het noorden. De weg wordt steeds slechter, we worden af en toe behoorlijk door elkaar geschud, vooral de mensen die achterin de bus zitten. De chauffeur rijdt soms wel wat hard, maar we moeten deze dag dan ook een heel stuk rijden. Hij is wel buitengewoon vaardig en het is een compliment waard om te zien hoe hij zijn bus door het drukke verkeer loodst. Vooral langs de duizenden bromfietsen en Tjuk Tjuks, die motoren met daar achter een ‘bakje’ voor de passagiers. De motoren en tjuk tjuks waaieren alle kanten op. Met het verkeer mee, er recht tegen in of dwars de straat over. Meestal gaat het goed, de mensen geven elkaar de ruimte. Om de twee uur wordt er bij een tankstation een sanitaire stop gehouden en kunnen de rokers een sigaretje opsteken. We lunchen in Kratie, halverwege Phnom Penh en Banlung.

Naarmate we noordelijker komen raakt het land dunner bevolkt. Het is overwegend vlak, net als in Nederland. De meeste huizen staan op palen zo’n 3 meter boven de grond. Onderin wordt vaak gewerkt, of ligt men in hangmatten te doezelen en daar bevindt zich ook de opslag ruimte. Bovenin slaapt men. Overal langs de weg ziet men kleine akkertjes met tropische vruchten. Het land lijkt soms wel een grote boomgaard. Ananas, bananen, nangka oftewel jackfruit, papaja’s, mango’s en later zullen we nog zien hoe de cashew noten groeien. Eind van de middag passeren we Stung Treng, een redelijk grote stad. Hier splitst de weg zich naar Laos in het noorden en naar Banlung in het noordoosten van Cambodia. Om zes uur wordt het donker, maar dan moeten we nog twee uur rijden. Eindelijk, wat een dag, komen we rond 20:00 uur aan in Banlung. Nu maar gauw naar een restaurant, voordat alle tenten dicht gaan. Het wordt een fantastisch restaurant, gerund door geëmigreerde Fransen. Voor 10 tot 15 dollar hebben we een uitgebreid diner. Daarna naar het hotel, het Sovann Kiri hotel, een prachtig, modern hotel. Hier zullen we twee dagen blijven. Tijd om even bij te komen.

22 maart

22 maart

Heerlijk geslapen, even een stukje jetlag weggewerkt. We hoeven dit keer gelukkig niet zo vroeg uit de veren. Verzamelen om 09:00 in de lobby. Dan met de bus naar een restaurant in het centrum van de stad, Vlak bij een enorme markt. Het heeft wel wat, zo drie keer per dag uit eten te gaan in een exotisch restaurant. Ontbijt, lunch en diner, alles buiten de deur. Dit restaurant staat vol met prachtige houten beelden, van vrouwen met mooie gezichten en prominente borsten tot Boeddha’s en vervaarlijke monsters. De twee hoofdvarianten, soep met noodles en omelet met brood, komen weer op tafel. Met koffie in hele leuke, ouderwetse aluminium doorloop bekertjes die in een bakje met heet water staan. De koffie heeft een beetje een chocolade smaak. En wat kost dat? Voor een kom soep met rijst en een kop koffie betalen we 3,5 dollar. Alles gaat hier in dollars of in de lokale munt, de Riel. Waarbij 4.000 Riel  ongeveer overeenkomt met 1 dollar. Als je in dollars betaalt krijg je vaak, als wisselgeld, in Riel terug. Er zijn veel kleine coupures, zoals de biljetten van 100 Riel, oftewel 1/40 dollar. Muntgeld bestaat niet in Cambodia.

Dit stadje in het hoge noorden is nog ‘puur.’ Nog niet door toeristen ontdekt en verpest. De mensen kijken je met grote ogen aan, alsof we van Mars komen. En ze lachen naar je. Overal zijn kinderen, veelal hele jonge kinderen, die vriendelijk naar je zwaaien. En nergens wordt je aangeklampt om iets te kopen. Heerlijk! De markt, een enorme markt is een speciale belevenis. Van de zeer gewilde westerse producten als stofzuigers, ventilatoren en iPads, tot allerlei groenten en fruit, vis en vleeswaren en goud en edelstenen. Vele handwerkslieden zitten achter kleine tafeltjes hun werk te doen. Daar hadden we graag nog wat langer willen blijven. Rond de markt staan honderden brommers, sommige volgeladen met goederen en anderen met hele families op een bromfiets. Vader, moeder zoontje voorop, meisje er tussen en nog eentje achterop. Mannen en vrouwen besturen beiden de bromfietsen. En heel opvallend, de brommers maken nauwelijks lawaai. Ze zijn heel stil. Daar kunnen we in Nederland nog wat van leren.

En nergens van die schreeuwerige reclame borden langs de weg en al helemaal geen borden met schaars geklede vrouwen. Wat een verfrissing. En wat jammer dat dit over een aantal jaren waarschijnlijk verdwenen zal zijn. Als gevolg van goede, geasfalteerde wegen, van de aanleg of de heropening van een vliegveld en misschien zelfs wegens vervoer per boot. We stappen weer in de bus en rijden verder noordwaarts. Hobbel de hobbel, dat wel, maar de omgeving vergoedt veel. We zien de eerste bergen en er zijn nog stukken puur oerwoud. Er is weinig verkeer. En overal langs de weg staat de nationale vrucht van Cambodia, de cashew noot. Die groeit aan bomen. Het is een gekromd uitsteeksel dat onderaan een oranje vrucht zit. In sommige bomen zitten maar enkele vruchten. Dan denk ik onwillekeurig wat een werk moet het zijn om die vruchten te oogsten, te verpakken en helemaal naar Nederland te vervoeren. Om vervolgens een zak vol cashew noten voor een paar euro bij de LIDL, of elders, te zien liggen. We mogen ons wel eens rekenschap geven van de moeite die er gedaan is om deze vruchten te plukken. Een paar bomen vol voor één blikje noten!

Helaas komen we ook grote stukken platgebrande velden tegen. Iets wat we over heel Cambodia zien. Er staat ook al een eerste hotel, vlakbij Veoun Gai, een klein stadje aan een meer. Het is een idyllisch plekje en er is geen toerist te zien. We gaan met een veerboot bestaande uit drie aan elkaar gekoppelde boten naar de overkant van het meer. Heel ouderwets, heel ‘basic’ maar het werkt. Er kunnen zelfs auto’s mee die dan via zware houten planken de boot op en af rijden. We wandelen in de brandende zon over een verlaten weg naar het noorden. Waar we een Chinese begraafplaats bezoeken. Daar is nou niet zo bar veel aan te zien en de wandeling is veel te lang en de zon is veel te heet. Terug naar het dorp vanwaar we vertrokken. Een nog helemaal authentiek dorp. Daar komen we wat bij en drinken  een colaatje, biertje of wat en sinas.

Dan weer terug met de pont over het meer. Op weg naar een nieuwe, speciale attractie. Naar een krater meer. Een toeristische attractie. Hier is muziek, en hier zijn spelende kinderen. We gaan een stukje verderop zitten, wat meer in de luwte en sommigen van ons gaan zwemmen. Heerlijk water, echt heerlijk. Anderen lopen een rondje rond het meer. Daar staat één uur voor maar de meest sportieve man onder ons, die in training is voor de marathon van Rotterdam, doet het in 11 minuten. De hutten waar we in zitten zijn niet echt gemaakt voor westerse mensen. De daken zijn erg laag. Ik stoot dan ook fors mijn hoofd en bloed behoorlijk. Snel terug naar Banlung waar ik in een klein supermarktje een fles rum koop, 42,8 %, voor maar 6 dollar. Prima rum, maar uiteraard primair bedoeld voor het ontsmetten van de wond. Dan naar het hotel.

Verzamelen in de lobby voor een tocht naar een schijnbaar goed restaurant, Sal’s restaurant. Ik heb me verslapen en schrik om 1930 wakker. Bij de lobby ligt een briefje van Patrick waarop staat: “Hoi Jaap. We zijn naar Sal’s restaurant & bar. Vlakbij hotel.” Ik vraag in het hotel waar dat ligt maar hier spreekt men geen Engels. Bij een tankstation wordt mij de weg gewezen, niet zo ver van het hotel. Ik loop in het aardedonker want er is geen straat verlichting. Uiteindelijk kom ik aan bij Sal’s restaurant. Het ligt helemaal afgelegen achter wat huizen. Een vrouw, Sal, ontvangt me daar en zegt dat ze geen groep heeft gezien. Ik heb wel zin in een biertje en we raken aan de praat. We praten uren. Haar naam is inderdaad Sal, ze spreekt goed Engels en ze heeft hoopjes relatieproblemen. Nu ben ik ook relatie consulent dus dat komt mooi uit. Ik luister en geef een paar adviezen. Haar dochter heeft een bord fried rice voor me klaargemaakt en er staat nog een biertje koud. Na enkele uren komt haar zoontje van 4 jaar naar haar toe en stap ik weer op. Wat een bijzondere belevenis was dat. En kennelijk moest dat zo zijn, kennelijk heeft de Grote Roerganger, zoals ik hem/haar noem, dit zo geregisseerd. Dat is mij wel vaker overkomen. Mijn collega’s zijn intussen, na de nodige omzwervingen, ze konden het ook niet vinden, weer terecht gekomen in het ‘Franse’ restaurant waar we gisteren waren. Weer zo’n bijzondere dag!

23 maart

23 maart

Ontbijt in hetzelfde restaurant als gisteren. Dat beviel uitstekend. Dit keer ‘noodle soup with beef,’ dat is goedkoper dan ‘noodle soup with chicken.’ Komt natuurlijk omdat de kippen hier broodmager en watervlug zijn. We gaan op weg naar Stung Treng aan de Mekong rivier. Op de markt koop ik een reusachtige papaja, waar je in Nederland zo’n 25 euro voor moet neertellen. Hier was het 2 dollar. Papaja samen met limoensap is een heerlijke combinatie, probeer het eens.

Stung Treng is bekend van de zoetwater dolfijnen. Vlak voor de stad bevindt zich de locatie die zich Kampi Mekong Dolphin Viewing Site noemt. Hier moeten we zijn. We tellen 7 dollar per persoon neer en varen vervolgens in twee bootjes de rivier op. Een Israëlische backpacker gaat met ons mee, anders had ze in haar eentje een boot moeten afhuren. Het is spannend. Vol verwachting kijken we uit over het brede water. Dan rimpelt er wat even verderop en zien we heel even een vin boven water uitsteken. En even later een zwarte rug. De bootjes varen er snel op af, het laatste stukje gaat met de peddel. Dan duiken de dolfijnen, soms zijn het er wel drie, even verder op. We varen wel een half uur op en neer en zien dan weer hier en dan weer daar de dolfijnen opduiken. Het lijkt wel of ze met ons spelen en misschien is dat ook wel zo. Enfin, het gaat er ook niet om dat we mooie plaatjes kunnen schieten, het gaat om de ‘experience, not the pictures’ laat Patrick ons weten.

We lunchen in het restaurant van de site en genieten, met vier personen, van een hele grote vis met rijst en geraspte mango in het zout. Dat klinkt wat vreemd maar het smaakt prima. Buiten is er van alles te koop. Prachtige beelden van dolfijnen, gemaakt van hout, althans zo lijkt het, maar het kan ook wat anders zijn. Onderweg komen we een olifant tegen. Hij staat onder een boom langs de kant van de weg en wordt aangestaard door allemaal nieuwsgierige mensen. Vooral de kinderen kijken met grote ogen toe. We stappen uit en nemen wat foto’s. Patrick durft de olifant zelfs te aaien.

We rijden door naar Kratie, waar we op de heenweg ook zijn geweest en checken in, in het imposante Luck Life World hotel. Een gebouw opgetrokken in Chinese stijl. En misschien is het ook wel van Chinezen. Het schijnt dat China aanzienlijk investeert in de landen in Zuidoost Azië, tot aan Australië toe. We lopen de stad in. Het is een welvarende plaats. Overal langs de main street staan bromfietsen te koop, meest Japanse modellen. Afgewisseld met werkplaatsen waar de ze gerepareerd kunnen worden en onderhoud krijgen. We spreken af in een restaurant dat uitkijkt op de rivier. Een aantal van ons gaat wat eerder op weg om de zonsondergang boven de Mekong rivier te bewonderen.

We zitten naast elkaar aan een lange tafel, direct boven de rivier. We bewonderen de lichtjes en kijken naar de schepen die op de rivier varen. Wat een schitterend uitzicht. Het eten is uitstekend en kan bovendien, voor de liefhebbers, worden omspoeld door grote 2 liter kannen vol draft beer. Dat ook nog eens voortreffelijk smaakt. Fantastisch om met goede vrienden, we zijn inmiddels goede vrienden geworden, zo aan de dis te zitten en heel relaxed te praten. Na een heerlijke avond lopen we terug naar het hotel. We proberen nog wat dollars te pinnen bij een ATM, (geldautomaat), maar hoewel dit plaatsje duidelijk meer ‘tourist friendly’ is, doen deze ATM’s het niet.

24 maart

24 maart

Het is vandaag ‘tempeldag.’ Er staat een hoop op het programma. Dus om 07:00 verzamelen in de lobby. Hoewel we in een prachtig hotel met grote kamers zitten laat het sanitair toch iets te wensen over. Dat komt trouwens in meer hotels voor. De kranen zitten los, de douche hangt er een beetje bij en de mengkranen werken niet naar behoren. Ook lopen de vloeren van de badkamers niet goed af zodat het water te lang op de vloer blijft staan. Oppassen geblazen dus, niet uitglijden. Maar ze leren het wel denk ik. Na het ontbijt op onze oude, vertrouwde stek, gaan we op weg naar Kompong Thom. Dat is nog een flink stuk rijden en de wegen zijn hier niet al te best. De chauffeur rijdt weer te hard en op een gegeven moment, bij een diepe kuil, gaat het mis. De passagiers achter in de bus vliegen bijna tegen het plafond en de achter is de bus opgestapelde bagage schuift naar voren. Ik wordt even heel boos en mag daarna voorin zitten. De chauffeur gaat wat langzamer en wat omzichtiger rijden. We zijn per slot van rekening met vakantie.

Onderweg bezoeken we een lagere school. Gelegen op een mooie locatie. De kinderen dragen allemaal zwart witte uniformpjes. Het is goed dat er zo veel aandacht aan het onderwijs wordt besteed. Dat heeft dit land, na de verwoestende Rode Kmer oorlog, hard nodig. We zijn van harte welkom en men laat ons alles zien. Lieve, toegewijde docenten en hele vrolijke, maar zeer gedisciplineerde kinderen. Als we de klas binnen komen staan ze op, vouwen de handen voor de borst en gaan zingen. Ontroerend.

Vervolgens bezoeken we een oude tempel, gelegen in Wat Nokor, de vroegere hoofdstad van Cambodia, ver voor de tijd van Angkor Wat. De tempel is omgeven door een zee van nieuwe tempels en pagoden. Binnen zitten wat oude vrouwtjes die ons heel behendig een rood touwtje om de pols binden, een mooi prevelementje houden en vervolgens één dollar vragen. Wat we dan ook met plezier geven. In de oude tempels heb ik voor het eerst weer enkele Orbs, dat zijn die lichtbollen die je soms op je digitale camera tegen komt, gefotografeerd.

Dan weer lunchen, kip met cashew noten dit keer en dan op weg naar de tempelberg, naar Santuk Mountain Heritage. Toegang 2 dollar. Het tempelcomplex ligt op een redelijk hoge berg waar we op twee manieren kunnen komen. Lopend over een trap met 800 treden, of achterop een brommer. Beneden staan wat jongens en meisjes met sterke brommers klaar om ons naar boven te rijden. Kosten 3 dollar voor alleen heen en 5 dollar voor heen en terug. Ik kies voor een brommer, dat is weer een nieuw avontuur. Ben wel een beetje bang want volgens mij weeg ik ongeveer twee keer zo veel als de bestuurder zelf, maar vooruit maar. Ik ga zo ver mogelijk naar voren zitten met mijn handen op zijn schouders. Even verderop zie ik een van onze twee Belgische collega’s, de vrouw die voorzien is van een stevige voorgevel, zich dicht tegen de jongen op een andere brommer aan drukken en haar armen om hem heen slaan. Ik geloof dat ze het beiden wel prettig vinden.

We gaan omhoog. Onderweg passeren we massa’s enorme rotsblokken. Hoe die hier terecht gekomen zijn weet ik niet, maar zo’n berg vol gigantische rotsblokken moet wel een heilige plaats zijn. En dat klopt ook. Boven op de berg staan een paar prachtige tempels en overal zien we beelden die in de rotsblokken zijn uitgehouwen. Een beeld lijkt wel op een Zwarte Madonna. Vooral de reusachtige beelden van liggende Boeddha’s zijn de moeite waard. Heel imposant. Op de berg vertoeven ook enkele aapjes die zich weinig van de toeristen aantrekken. Hier zag ik overigens hoe een Boeddhistische monnik een plastic flesje met water leeg dronk, om het lege flesje daarna achteloos over de muur te gooien. Ja als zelfs deze monniken zo gemakkelijk met afval in hun land om gaan, zal het nog wel even duren voordat men hier zo ver is als in Singapore. Daar krijg je ter plekke een boete als je een papiertje op straat laat vallen. Maar het is wel gek. De tempels zijn brandschoon, je moet er zelfs je schoenen uittrekken voor je de tempel betreedt en buiten ligt de rotzooi. Ik wil graag wat meer over deze fascinerende plek weten, maar helaas er zijn geen boekjes over.

We gaan verder en komen langs een straat vol beeldhouwers. Links en rechts van de weg staan over een lengte van een paar honderd meter, beelden en beeldhouwers. Gigantische beelden, kleine beeldjes, alles staat er en alles is te koop. Van knuffelstenen tot metershoge Boeddha beelden. We rijden verder, naar onze eindbestemming van die dag, naar Kamong Thom, waar we onze intrek nemen in het Arunras hotel. Maar voor we zo ver zijn parkeren we eerst nog even bij een oud Frans landhuis, gelegen langs de Stung Sen River. Een huis  omgeven door hoge bomen. Voor een bijzondere gebeurtenis. In de bomen zitten namelijk hele kolonies vleermuizen en die vliegen even na zonsondergang uit. We wachten geduldig, met onze camera’s in aanslag, terwijl even verderop aan de boulevard allerlei gymnastiek oefeningen worden gehouden. Eindelijk komen de vleermuizen in beweging, maar dan is het al laat en te donker om het goed te zien. Later deze reis zullen we nog een massale uittocht van vleermuizen te zien krijgen. Miljoenen vleermuizen.

We gaan met twee Tjuk Tjuks naar Sambor Village, een goed restaurant even buiten de stad, midden in het groen, waar we voor 15 dollar een uitgebreide, uitstekende maaltijd genieten. Een diner waar je in Nederland minstens 50 euro voor zou moeten neertellen.

 

25 maart

 

25 maart

We verzamelen ons weer om 0700 in de hal van het hotel. En gaan om de hoek ontbijten. Tom Yang soep is nu heel populair. Het eten wordt zowel binnen als buiten klaargemaakt. Heel simpel en heel effectief. Het ruikt er fantastisch. En er is zowaar een werkende ATM waar een collega en ik even moeten bijtanken. We pinnen elk 200 dollar. Die worden ons ‘aangereikt’  in de vorm van twee briefjes van 100 dollar. Maar daar kunnen we niets mee in Cambodia, dat zijn veel te grote nominaties. Bij 10 dollar biljetten begint men ons al fronsend aan te kijken. Dus dan maar even naar de er naast gelegen bank, waar we met behulp van vier medewerkers, het gaat per slot van rekening om werkgelegenheid, onze 100 dollar biljetten klein maken.

We rijden vervolgens naar een magisch bos waar zich drie tempelcomplexen bevinden. Het voelt aan als een heilige plek.

Dat zit hem, denk ik, vooral in de bomen. Hoge bomen. Hele verschillende soorten bomen en bomen met hele vreemde vervormingen. In het bos ontmoeten we een groep monniken. Een prachtige gelegenheid voor een foto. Ook dit zou weer een van de oude hoofdsteden van het Cambodjaanse rijk zijn geweest. Het is een enorm complex omgeven door wallen gemaakt van roodgekleurd, vulkanisch gesteente. Ook hier kom ik weer een paar Orbs tegen en ook een vreemd paars licht. Bij de ingang staat een wagentje waar men rietsuikerstengels uitperst. Je ziet ze overal. Ik wil het wel eens proberen. Het is een geelachtig sap, zoet en tegelijk fris. Zonder ijsblokjes graag want die zullen wel van kraanwater gemaakt zijn en daar kunnen wij westerlingen niet zo goed tegen.

Even verder stoppen we bij een oude brug. Die stamt nog uit de elfde eeuw. Hij mag alleen nog gebruikt worden door fietsers, brommers, Tjuk Tjuks en voetgangers. Het is een mooie,  imposante brug. Er staan een paar tentjes waar we nog wat snacks kunnen kopen want we gaan straks het water op en kunnen voor die tijd nergens meer lunchen. En er is een WC waar we moeten doorspoelen middels een klein plastic pannetje dat in een grote bak water drijft.

Dan gaan we naar het meer, het meer van Tonfe Sap. Een gigantisch groot, zoetwater meer dat in directe verbinding staat met de Mekong rivier. Een meer bovendien dat een hele stabiliserende werking heeft op de waterhuishouding van Cambodia. In het natte seizoen, als de moesson regens vallen, zo tussen mei en november, vult het meer zich met water. Dan stijgt de waterspiegel enkele meters. In het droge seizoen als de Mekong rivier laag staat, leegt het meer zijn water op de rivier, waardoor er het hele jaar door voldoende water in de rivier staat. Er zijn nu plannen om dammen en krachtcentrales in de rivier te bouwen, maar of dit ecologisch wel verstandig is, valt te betwijfelen.

We rijden over een onverharde weg naar het meer. Langs miraculeuze huizencombinaties gebouwd op metershoge, houten palen. Wat een kleurrijk en schilderachtig gezicht. De boottocht over de rivier naar het meer, waar zich ook de diverse drijvende huizen bevinden, is een adembenemende tocht. Het kost 20 dollar per persoon, maar is alleszins de moeite waard. We varen langs hoog op de poten staande huizen. Langs mensen die in de rivier aan het vissen zijn. Langs stukjes land met mais en andere groenten. Met overal spelende kinderen en kinderen die in het bruine water zwemmen en rond spartelen. Met grote en kleine boten die de rivier op en af varen. Boten met een lange, ver achter het schip uitstekende schroefas. Het zijn simpele constructies en het werkt. Op het meer zelf drijven een aantal huizen. Van arme mensen, zegt men, mensen die geen huur kunnen en hoeven te betalen. Maar op de meeste huizen staat wel een schotelantenne. 

Eenmaal terug bij de aanlegplaats kopen we nog wat cadeautjes voor thuis. Kleine koperen beeldjes van olifanten, Boeddha’s en andere figuren, voor maar 1 dollar per stuk. Beeldjes die straks in Angkor Wat maar liefst 5 dollar kosten. Even voor Siem Reap genieten we van een verlate lunch op een prachtig plekje. Hier kunnen we even bijkomen van al onze ervaringen. Naarmate we Siem Reap naderen wordt het steeds drukker. Uiteindelijk komen we aan in de stad en checken in, in het Marvel Holiday Villa hotel. Gelegen even buiten het centrum en de drukte en van de stad. Een prachtig hotel met luxe kamers, goede sanitaire voorzieningen, een zwembad en een eigen restaurant. Hier zullen we drie dagen verblijven. Een mooie gelegenheid om ons vuile wasgoed in te leveren bij de laundry service. We hoeven niet meer te eten. Een blikje bier, wat we in een nabijgelegen winkeltje kunnen kopen en wat chips zijn voldoende. Wel ben ik even naar de 50 meter verder gelegen massage salon geweest. Dat werd wel tijd na al dat gehobbel in de bus. Daar kreeg ik een full body massage van een uur, de onderbroek bleef uiteraard aan, voor maar 5 dollar. Perfect.

En toen naar bed. Met mijn complimenten aan Djoser voor de prima keuze van dit hotel!

 

26 maart

26 maart

De volgende drie dagen zijn wij op onszelf aangewezen. We moeten zelf ons plan trekken. Patrick heeft ons uitgebreid voorzien van informatie over Angkor Wat, alles is netjes op papier gezet en hij heeft ons een aantal goede adviezen gegeven. De gids Nara en onze chauffeur hebben drie dagen vrij gekregen. Wij zullen het nu moeten doen met Tjuk Tjuks, maar die zijn er in overvloed. Het beste is nog om de Tjuk Tjuks te reserveren die aan het hotel verbonden zijn. Die zijn het meest betrouwbaar. Er ontstaan verschillende groepjes die ofwel met elkaar op pad gaan of die er voor kiezen om een of meer dagen in het hotel door te brengen en lekker uit te rusten. Ik heb mijn partner gevonden, een man van mijn leeftijd met wie ik prima kan opschieten. We spreken af om elkaar om 0700 aan het ontbijt te treffen. Dit keer kunnen we ontbijten in het hotel. Kosten 5 dollar.

Ik kan nu alleen de routes beschrijven die wij genomen hebben en de dingen die wij beleefd hebben. Al zal ik hier en daar ook vermelden wat onze collega’s gedaan hebben, naar welke plekken zij zijn geweest en welke bijzondere ervaringen zij hebben gehad. We gaan naar Angkor Wat, het hoofddoel van onze reis. Het grootste tempelcomplex ter wereld. Met de hoofdtempel, het eigenlijke Angkor Wat, prominent in de nationale vlag van Cambodia.

We beginnen onze reis, en dat geldt voor alle bezoekers van dit tempelcomplex, bij de Ticket Office. Een modern gebouwen complex, omzoomd door winkeltjes. Op het parkeerterrein staan ’s morgens vroeg al heel wat bussen. Er komen jaarlijks zo’n 2 miljoen bezoekers naar Angkor wat. Er zijn drie keuzes. Een pas voor één dag, dat kost 37 dollar; een pas voor drie dagen, dat kost 62 dollar en een pas voor een week, dat kost 72 dollar. Dat klinkt misschien wat vreemd maar het tempelcomplex is zo uitgestrekt en omvat zo veel verschillende tempels en tempelcomplexen, dat je zeker een week kunt doorbrengen met het bezoeken van de meest interessant plekken. Bij de ticket office gaat men professioneel te werk. Er wordt zelfs een foto van je gemaakt die vervolgens op je pas wordt afgedrukt. Je moet je pas ook regelmatig laten zien. Wij boeken een pas voor drie dagen. Later hoorde ik overigens dat Vietnam veel heeft geïnvesteerd in Cambodia en dan met name in Angkor Wat. En dat 80% van de inkomsten van het ticket office naar Vietnam gaan!

Eerst nog iets over Angkor Wat. Dat betekent ‘tempelstad’ of ‘stad der tempels.’ Het is overigens niet alleen de naam van de ‘hoofdtempel’ maar van het hele gebied. Het was van de 9de tot de 15de eeuw de hoofdstad van het Kmer rijk (802 – 1431). Dit rijk omvatte niet alleen het huidige Cambodia, maar ook het zuiden van China, Vietnam, Thailand en Birma (het huidige Myanmar). Het tempel complex is een Unesco World Heritage Site en de hoofdtempel wordt ook wel als een van de zeven wereld wonderen genoemd. Het hele gebied heeft een oppervlakte van 126,6 hectare (Wikipedia). Oorspronkelijk was het een Hindoe tempel complex, zoals nu nog te zien is in de oudste Roluos groep, maar later in de 12de eeuw ging het langzaam over in een Boeddhistische tempel. Die tempel is gewijd aan de god Vishnoe. De hoofdtempel, gebouwd door de Kmer koning Suryavarman II in de vroeg 12de eeuw bestaat uit een tempelberg, een soort gestapeld tempelcomplex, geheel omgeven door een later gebouwde tempel galerij. Aan de voorzijde ligt een meer en een prachtige slotgracht.

Het gebied is zo uitgestrekt dat het alleen maar middels een tjuk tjuk, of met kleine busjes, of anders per brommer of fiets, vooral populair bij Hollanders, bezocht kan worden. In iedere tjuk tjuk ligt een kaart met hierop vijf mogelijke routes, routes die elk een hele dag in beslag nemen. ‘Temple tour 1’ de ‘small tour’ met hierin de hoofdtempel, de ‘Temple tour 2, de ‘big tour’ Temple tour 3’ de ‘Roluos group en ‘Temple tour 4’ de ‘Banteay Srey group.’ Verder zijn er op de kaart nog elf andere interessante bezienswaardigheden vermeld. Een hele handige kaart. De tjuk tjuks kunnen voor een hele dag afgehuurd worden, waarbij de kosten, na enig onderhandelen ongeveer 20 dollar per dag zijn. Maar meestal duurt een tocht niet een gehele dag. Zo rond twee uur in de middag hebben we al zo veel gezien en wordt het bovendien zo warm, dat we doodmoe naar ons hotel terugkeren. Voor een dutje in onze van airconditioning voorziene kamer, of een lichte lunch en een duik in het zwembad.

Wij kiezen de eerste dag voor tour 3, naar de Roluos group, het oudste tempelcomplex van Angkor Wat, dat 13 kilometer ten oosten van Siem Reap ligt. De tocht er heen is op zich al een belevenis. Je ziet toch veel meer vanuit een Tjuk Tjuk, zittend in de open lucht en rijdend met een gangetje van 30 kilometer per uur, dan in een bus. De tempels hier zijn gebouwd van baksteen. We gaan allereerst naar Lolei, een aan Shiva gewijde tempel, gebouwd in de periode 875 - 893. Er is maar een woord voor of eigenlijk twee: indrukwekkend, buitengewoon indrukwekkend. Daarna iets zuidelijker naar de Preak Ko tempel en nog iets verder naar Bakong, de oudste tempelberg van Angkor Wat. Deze tempel is het prototype van alle tempelbergen die nadien zijn gebouwd. Prachtig, afgelegen in de schitterende natuur en nog niet omzwermd door toeristen. Wat kan ik er verder van zeggen? Hier moeten de foto’s hun verhaal vertellen.

Er zijn wel wat kinderen die je originele zijden sjaals willen verkopen, drie voor 10 dollar, mooie sjaals dat wel, maar niet van zijde. Niettemin koop ik toch drie van die sjaals, altijd een leuk cadeau. En ik koop ook het boek “Ancient Angkor” een prachtig geïllustreerd boek met goede verhalen.

Ik vraag me wel af, en dat doe ik bij alle heilige plaatsen die ik bezocht heb, zoals de Boroburur in Indonesië, de tempels van Bali, Palenque in Mexico, Machu Picchu in Peru en niet te vergeten Rennes-le-Chateau in Frankrijk en Glastonbury in Engeland, wat zo’n plaats nu eigenlijk tot een heilige plaats maakt. Is het de energie, de energie die men er voelt, zijn er bijzondere bergen of grotten, ligt het op een snijpunt van leylijnen of op energetische knooppunten, is het de strategische positie, of is het omdat er water in de buurt is, een meer of een rivier? Of zijn het oude plaatsen van voorgaande beschavingen, zoals Atlantis en Lemuria, plaatsen die als heilige plaatsen  voortleven allerlei mythen, sagen en legenden? Of zijn het de imposante rotsformaties zoals Stonehenge of Carnac, of is het de bijzondere natuur, de plantengroei, de bomen? Ik weet het niet. Ik heb het gevraagd, maar niemand kon er een antwoord op geven. Bij Angkor Wat zou het heel goed een combinatie van bovengenoemde factoren kunnen zijn. De geografische positie, de energie, het water, de bomen, wie weet.

We zijn al voor het middaguur klaar met het bezichtigen van de Roluos Group tempels. De ‘officiële’ tour prijst vervolgens een bezoek aan de ‘floating village’ aan, dat nog wat verder naar het oosten ligt, maar dat hebben we al gezien. We overleggen bij het drinken van een sapje, het vruchtwater van een groene, nog niet rijpe kokosnoot. De dikke schil aan de bovenkant wordt er handig door vrouwen met scherpe messen afgehakt, waarna we met een rietje het gekoelde kokoswater kunnen opdrinken. Lekker fris en prima dorstlessend. En dat voor maar 1 dollar. De groene kokosnoten worden vervolgens weggegooid. Van de rijpe, bruine kokosnoten wordt het vruchtvlees gebruikt waar onder meer kokosmelk van gemaakt wordt. We besluiten een andere bezienswaardigheid te bezoeken, de Silk Farm aan de andere kant van de stad. De Sisiphon Zijde boerderij. Voor 5 dollar extra, want het is een heel eind om.

We rijden dwars door de stad Siem Reap. Het is hartstikke druk, vooral bij de markt. En dat geldt voor alle markten die we bezocht hebben. We nemen de weg naar Battambang en naar het vliegveld en schrikken van de enorme hoeveelheid gigantische hotels langs de route naar het vliegveld. En de kolossen die er nog in aanbouw zijn. Blij dat we hier niet tussen zitten, maar het geeft wel aan dat het toerisme rond Angkor Wat een hoge vlucht heeft genomen en blijft nemen.

Bij de Silk Farm is het relatief rustig, het is 26 maart, een zondag, maar dat zegt niet zo veel. We worden heel professioneel bij de ingang opgevangen door een goed Engels sprekende gids die ons eerst beleefd wijst naar de plek waar zich de toiletten bevinden. Hoe attent. Daarna worden we door hem persoonlijk over het hele complex geleid. Waar zo’n 400 mensen, voornamelijk vrouwen, werken. Het is buitengewoon interessant. Alles gaat hier met de hand, er komt geen elektriek aan te pas. We lopen langs de moerbei velden, zien de kleine rupsjes en de grote gele cocons, zien hoe de draadjes van de cocon tot zijde draden worden gesponnen. Daarna volgen we het proces van het schoonmaken van de draden en het op klossen zetten en kleuren van de zijde. Dan verder naar het weven van de stoffen en het aanbrengen van patronen in de stoffen. Een vreselijk arbeidsintensief proces. Aan het eind van de rondleiding komen we in een grote tentoonstellingsruimte, waar enkele prachtige klederdrachten te zien zijn.

Het zal u niet verbazen dat we vervolgens in een ruime, van airco en creditcard voorziene gift shop belandden. Wat een prachtige spullen hebben ze daar. Het meeste is natuurlijk bestemd voor vrouwen, maar er is ook wat voor mannen. Mijn collega en ik kopen ieder een prachtig hemd. Voor mij een overhemd van een diep blauwe kleur, voor slechts 90 dollar en voor hem een overhemd van stemmig zwart, met een rode das, te dragen bij het huwelijk van zijn dochter. Dan, geheel voldaan, keren we terug naar het hotel. Even afkoelen in het zwembad. Dan betrekt de lucht. Donkere wolken trekken samen en even later barst er een klein onweer los. Voor mij een mooie gelegenheid om weer wat Orb foto’s te maken ,want die vertonen zich graag bij regen en onweer, als de lucht vol zit met waterdamp en vrije elektronen.

Daarna gaat een kleine groep van 5 man, inclusief onze reisleider, gewapend met paraplu’s van het hotel, naar een chique restaurant. Waar uiteraard alleen maar toeristen zitten. We nemen het er even goed van. Eerst een cocktail, dan soep, hot spicy chicken met rijst en een paar biertjes, want we hoeven niet meer te rijden. We sluiten af met geflambeerde banaan. Alles voor 22 dollar, duur voor Cambodjaanse begrippen, maar vergeleken met Nederlandse prijzen spotgoedkoop. Wat een dag, wat een dag!

 

27 maart

27 maart

De lange tocht. En het is inderdaad een lange tocht. We rijden en rijden en rijden, maar dat geeft niet want er is veel te zien onderweg. Tempels, meren, prachtige natuur, en hier en daar een paar stalletjes langs de weg. Er zijn vandaag vijf tempels te bezichtigen, te weten Preah Kan, Neak Pean, Ta Som, East Mebon en Pre Rup. Ik heb overal prachtige foto’s van gemaakt en een van onze collega’s, een professionele fotograaf, heeft werkelijk schitterende foto’s gemaakt. Zijn foto’s hebben vaak een persoonlijk karakter en ik heb meer foto’s van gebouwen en het landschap. Samen kan dat een boeiende reportage opleveren. Foto’s van bijzondere reliëfs, van kunstig beeldhouwwerk, van lange gangen met zware poorten en ronde pilaren, van hoge torens, van Boeddha beelden. Foto’s van  altaren met een grote ronde steen die uit een vierkant omhoog steekt, het mannelijke en het vrouwelijke voorstellend. Van dansende godinnen, van prachtige vrouwen met mooie borsten, van hoge muren opgebouwd uit roodachtig vulkanisch gesteente, van brede geplaveide wegen en pleinen, van imposante slotgrachten en van ondergelopen meren met daarin nog wat bomen, meren waar sierlijke Lotus bloemen bloeien. Er is zo veel te zien.

Wat het meeste opvalt is dat er heel veel beelden zijn waarvan de hoofden zijn afgehakt. Sommigen zeggen dat dit gebeurd is omdat binnen in de beelden goud en sieraden verborgen zouden zijn, anderen stellen dat de hoofden geroofd zijn om ze in Thailand te verkopen aan rijke liefhebbers. En er is ook veel vernield door de Rode Kmer. Verder is het opvallend dat er in sommige tempels zwart gekleurde Boeddha’s en zwart gekleurde vrouwelijke godinnen te zien zijn. Iets wat mij doet denken aan de Zwarte Madonna’s in Frankrijk, Italië en Spanje.

Verder moet er nog heel veel gerestaureerd worden. Sommige tempels zijn half afgebroken of ingestort, sommigen zijn afgesloten voor het publiek en rond andere tempels liggen  massa’s grote steenblokken.

We lunchen bij een stalletje naast een van de tempels. Hot chicken curry die ter plekke wordt klaargemaakt, want dan is de kans op voedselvergiftiging gering. Daar ontmoeten we twee Nederlanders, vrijwilligers die hier waterpompen plaatsen, die 25 meter diep de grond in gaan om schoon drinkwater te vinden. Mooie mensen die goed werk doen! Hulde. We gaan verder en beklimmen vele tempels. Sommigen zijn zo stijl dat mensen zich vastklemmend aan de wand omhoog moeten hijsen en zittend op de traptreden naar beneden gaan. Als ze het al aandurven om de tempel te beklimmen. Boven op de tempelbergen bewonderen we de beelden van zittende leeuwen en olifanten.

Een speciale attractie vormt het Ta Som tempel complex. Waar gigantische bomen oprijzen uit de tempelmuren en waar enorme boomwortels zich grillig door de tempel galerijen slingeren. Sommige bomen zijn omgehakt, maar men heeft ook een aantal bomen, bomen die zich kunstig en grillig om de stenen genesteld hebben, laten staan. Omdat het zulke spectaculaire beelden zijn. Daar treft men dan ook altijd groepjes Chinezen die één voor één poseren voor zo’n plek om vervolgens met zijn allen, wederom voor die zelfde, met wortels omgeven stenen, hun foto’s te bekijken. Je moet wel wat geduld hebben als je hier een plaatje wil schieten. De Chinezen trekken zich weinig aan van andere toeristen die hier ook een foto willen maken.

Lopend over een lang houten plankier, aangelegd midden in een groot meer, op weg naar de Neak Pean tempel die midden in een klein meertje ligt, treffen we een stalletje met muzikanten. Iets wat we ook elders gezien hebben. Het zijn allemaal mensen die  ledematen verloren hebben, als gevolg van een ongeval met landmijnen. Het hele land is tijdens de Khmer oorlog bezaaid geweest met mijnen. En er liggen er nog veel. Mijnen die niet bedoeld waren om mensen te doden, maar om ze te verminken. We geven graag wat geld aan deze muzikanten.

We zijn om 15:00 terug in het hotel. Happy en helemaal kapot. Even uitrusten. Die avond zijn een aantal van ons naar een Cambodjaans dansfestijn, met diner, gegaan. Heel kleurrijk en prachtige kostuums. Wij zijn de stad in gedoken, naar het uitgangscentrum van Siem Reap, naar ‘Pub Street.’ De bekende verzamelplaats van avontuurlijke toeristen en backpackers. Hier zien we iets wat we in de tempelcomplexen van Angkor Wat nergens gezien hebben, namelijk massa’s blote benen. Voor het merendeel van jonge vrouwen. Hier kan het, maar op de tempelcomplexen gelden strenge kleding voorschriften. Geen blote benen en zelfs geen blote schouders. In en rondom Pub Street barst het werkelijk van de restaurants en van de stalletjes. Overal gekleurde lichten, overal klinkt muziek en de heerlijke geuren van buiten klaargemaakte gerechten verspreiden zich door de straten. We eten in een propvol restaurant. Het eten is prima al is het wel iets duurder als elders. Weer een mooie ervaring. Weer een heerlijk avontuur.

 

28 maart

28 maart

De hoofdschotel. De korte tocht. We hebben het mooiste voor het laatst bewaard. We gaan vroeg op pad, direct na het ontbijt. Met onze inmiddels vaste tjuk tjuk rijder. Die worstelt zich beheerst door het drukke, dwarrelende verkeer van Siem Reap, waar merkwaardig genoeg iedereen elkaar de ruimte geeft. Alles loopt soepel, alleen die echt grote autobussen passen niet in het straatbeeld. En ze blokkeren de doorstroming. We komen aan bij Angkor Wat. Het is een adembenemend gezicht, werkelijk fabuleus, om die prachtige tempel daar in de verte, bij wijze van spreken, uit het niets te zien oprijzen.

Omgeven door water aan de voorzijde, omzoomd door hoge palmbomen, afgezet tegen het groene oerwoud aan de achterkant, het is een sprookje. We lopen over een lange brug over het water naar het tempelcomplex. Samen met honderden andere toeristen, want hoe vroeg het ook is, het is al aardig druk. Er zijn vooral veel Chinezen. Gekleed ofwel in kleurige gewaden, ofwel in het wit en vaak voorzien van al even kleurige parasols. Die parasols passen niet echt op foto’s van dit tempel complex. De kersverse Chinese toeristen gedragen zich een beetje zoals de ‘Ugly Amercans’ van vroeger en zoals de wat later uitgevlogen Japanse toeristen. Maar nu zijn ze voorzien van een parasol, glimmende zonnebrillen, hun eigen iPhone en niet te vergeten hun selfie apparatuur. Ze lijken er verzot op te zijn om foto’s van zichzelf te maken. Iets wat mijn collega de gevleugelde ontboezeming ontlokte: “Ik neem nooit een Chinese vrouw, hoe mooi ze ook zijn. Ze zijn erg met zichzelf bezig.”

Maar goed, er is meer dan genoeg te zien zonder over deze rare

Chinezen te vallen. Die blijven trouwens meestal ook op de gebaande paden en ik vind het heerlijk om hier en daar wat uitstapjes te maken en het tempelcomplex vanuit verschillende hoeken te bekijken. Het is werkelijk fantastisch, een echt wereld wonder. Hoe hebben de mensen in die tijd zulke ongelooflijke prestaties kunnen leveren? Ik maak er honderden foto’s. Van de tempel weerspiegeld in het water, van Boeddhistische monniken, van lange wanden vol reliëfs, aangebracht over de volle lengte van de omringende galerijen. Voorstellingen waarin vooral strijdtonelen getoond worden. Met bogen, speren, paarden, strijdwagens, boten en zelfs met olifanten. Ik kijk nog of er wat meer spirituele taferelen zijn te ontdekken, maar dat is vergeefse moeite. We kunnen ook nog een van de hoge torens van binnen bekijken, maar er staat zo’n lange rij voor de hoge trap, dat we daar maar van af zien.

We dwalen verder door dit enorme tempelcomplex. Ieder kiest zijn eigen route en loopt zijn eigen tempo. Maar toch komen wet alle twee ongeveer op de zelfde tijd weer bij onze uitgangspositie terug. En ja, :“What more can I say?” Het is overweldigend, overdonderend. We zijn er stil van. Na bijna twee uur keren we terug naar de plek waar onze tjuk tjuk wacht. En elke keer komt de chauffeur ons al van verre tegenmoet. Het is ongelooflijk hoe goed hij de zaak, en ons dus, in de peiling houdt. En telkens vergast hij ons op een flesje water uit een koelbox onder de zitting van zijn karretje. Heerlijk, en alles bij de prijs inbegrepen, al levert zoiets na afloop natuurlijk wel een aardige fooi op.

We rijden van Angkor Wat naar het Bayon complex. Een gigantisch complex, dat aan vier zijden omgeven is door muren, met een noordelijke, westelijke, zuidelijke en oostelijke poort. Het is een soort verkleinde versie van Angkor Wat. Een tempelcomplex dat helaas in een wat slechtere staat verkeert. Maar ook weer met schitterende galerijen, met prachtige reliëfs en aansprekende beelden. Vooral de grote Boeddha hoofden boven op de tempels zijn indrukwekkend. Bij de tjuk tjuk parkeerplaats staan ook een paar olifanten. Met een mandje op de rug waar de passagiers in plaats kunnen nemen. En een soort loopbrug aan de zijkant om op de rug van de olifant te komen. Wel een merkwaardig gezicht. Aan de ene kant een paar olifanten met draagmand en nog geen twintig meter daarvandaan een moderne toerbus.

We rijden verder naar het Ta Keo tempelcomplex dat even ten oosten van het Bayon complex ligt. Het is een complex met een aantal even hoge tempeltorens naast elkaar. En ook weer schitterende beelden en reliëfs. En een hele steile trap naar boven. Spectaculair. Het houdt maar niet op. We gaan verder, naar het grote tempelcomplex van Ta Phrom. Dat is bijna even groot als Angkor Wat zelf en ook in een vierkant gebouwd. Het ligt een eindje van de weg af, dus we lopen een stukje over een kleiweg, door een mooi groen bos. En nog iets, heel opvallend, hier is het schoon. Het hele Angkor wat complex wordt zorgvuldig schoon gehouden. Dat zouden ze elders in Cambodia ook moeten doen. Laat de schoolkinderen daar maar mee beginnen, voor een kleine beloning uiteraard. Dan kan het heel snel gaan. Deze tempel is vooral bekend vanwege zijn met tempels vergroeide bomen. Bomen met wortels die breed uitwaaieren over een plein, bomen die loodrecht uit een tempel omhoog rijzen, bomen met die bijzondere, brede stervormige voeten en boomwortels die een galerij volledig omklemmen. Echt spectaculair. Er vinden hier omvangrijke restauratie werkzaamheden plaats. Er is nog veel te doen op Angkor Wat.

Helemaal uitgeput en overdonderd keren we om 1500 uur terug naar ons hotel. En rusten uit. Ik heb de afgelopen dagen zo veel bijzondere ervaringen opgedaan dat ik het diner die avond maar oversla. Ik pak mijn schoon gewassen en netjes opgevouwen kleren in, het kost maar drie dollar per kilo, neem een douche, eet een papaja met wat druppels limoensap, drink een paar biertjes, eet een doosje chips leeg, zet de wekker op 07:00 en val als een blok in slaap.

 

29 maart

29 maart

De volgende morgen verzamelen we ons om 0800 in de lobby. De reis gaat die dag naar Battambang. Dat is niet zo gek ver weg. We horen nu ook wat onze collega’s zoal hebben meegemaakt. Van de Cambodjaanse dansavond met diner. De dans viel wat tegen, maar het diner was perfect. Van een tocht naar Banteay Srei, 37 kilometer ten noorden van Siem Reap, de plek van de roze tempel en het prachtige reliëfwerk. Van de Cambodian Cooking Cottage, waar men na een bezoek aan de lokale markt authentieke Cambodjaanse gerechten leert klaar te maken. Van Kbal Spean, the river of 1000 lingas (beeltenissen), met prachtige watervallen. Waar in de rotsige rivierbedding duizend beelden en reliëfs zijn uitgehakt. We hadden nog wel een dag langer in Siem Reap kunnen blijven.

Maar nu weer op weg. Echter, de bus is kapot, een defecte radiator. Geen nood; na een half uur staat er een nieuwe, even grote en bovendien schone bus op de stoep. Dus snel en route, naar Battambang, de tweede stad van Cambodia, gelegen aan de Sangker River. Een stad waar nog veel Franse invloeden te zien zijn. De eerste sanitaire stop is bij een steenhouwerij. Waar kleurige beelden van boeddha’s, hanen en zelfs een zeemeermin te zien zijn. Een zeemeermin wier borst stevig omklemt wordt door een woest uitziende krijger. Maar ze schijnt het niet erg te vinden want ze legt haar hand op zijn hand, op de hand die haar borst omvat. Dan belooft Patrick ons, nog voor we in Battambang aan komen, een verrassing. En wat voor verrassing, de ‘Bamboo Train.’

Die bestaat uit een serie wagentjes, elk met een eigen motor die middels een V-snaar de as van een spoorwiel aandrijft en een bamboe bedje dat op de twee spoorwielen ligt. Op dat bedje kunnen drie tot vier personen plaats nemen naast de ‘driver.’ Het spoor is 4 kilometer lang. We nemen plaats op de wagentjes en denderen met een flinke snelheid over de niet al te rechte spoorrails. Dan komen er enkele tegenliggers aan en het is enkel spoor. Dus wat te doen. Geen nood, de mensen stappen van de bamboe platforms af, de platforms worden aan de kant gelegd, de spoorwielassen worden, na losgekoppeld te zijn van de aandrijfsnaar, van de rails gehaald en eveneens aan de kant gelegd. En wij suizen verder. Daar zijn prachtige opnamen van gemaakt op de stand ‘filmen’ van onze camera’s.

We lunchen in Battambang en checken daarna in, in het moderne Vy Chhe Hotel. Het is niet zo’n luxe hotel als hiervoor maar de airco, de TV en de douche doen het in elk geval. Ik loop de stad in en kijk naar de winkels en restaurants. Het is een welvarende stad, met mooie gebouwen en natuurlijk ook weer een grote, drukke markt. Ik probeer in een van de stallen op de markt een munt te kopen, een zilveren munt, nog uit het Franse koloniale tijdperk. Een souvenir dat ik graag mee neem uit elk land waar ik geweest ben. Maar zo’n munt is nergens te vinden. Ik probeer het nog even in een brocante, maar ook daar heeft men niets. En de paar ‘antieke’ spullen die men er wel heeft zijn schreeuwend duur. De leden van de Rode Kmer hebben alles wat luxe en decadent was vernietigd, zo verklaart de eigenaar mij.

Ik hoef die dag niet meer te dineren. Het is mooi geweest. Een biertje en wat water. Een handvol chips en wat noten, dat is genoeg. Ik kijk naar de TV en lees het zojuist gekochte, buitengewoon aangrijpende boek: “First they killed my father.” Geschreven door een meisje dat 5 jaar oud was toen de ‘zuiveringen’ in 1975 aanvingen. Dat veel heeft meegemaakt. Wier vader en moeder vermoord zijn, maar die het heeft overleefd. Zij is uiteindelijk in Amerika terecht gekomen met steun van de familie en heeft daar in heel simpele bewoordingen een aangrijpende relaas van haar belevenissen geschreven.

 

30 maart

30 maart

Battambang. Voor deze morgen staat er een fietstocht, met een lokale gids die goed Engels spreekt, op het programma. Het weer is prima, niet te warm en weinig wind. We zijn met zijn vieren, inclusief Patrick. De rest van de groep is in het hotel gebleven. Het fietsen door de drukke straten van Battambang is een belevenis. Maar het valt mee. Een beetje souplesse, goed om je heen kijken, op tijd ruimte geven en nemen, een gezonde dosis lef en dan gaat het prima. We fietsen de stad uit, over de rivier, naar het noorden. Naar het echte platteland. Daar bezoeken we allereerst een krokodillen farm. Wel een beetje een griezelige ervaring. We lopen over een betonnen muur, met niet al te hoge hekjes en kijken naar de krokodillen die een paar meter lager liggen. Ogenschijnlijk heel rustig, maar als de houder van de farm een tak naar beneden gooit vliegen de krokodillen er met opengesperde kaken op af. Als je hier naar beneden zou vallen zou je in enkele ogenblikken verscheurd worden. De volwassen krokodillen worden voor ongeveer 600 dollar per stuk verkocht. Aan Cambodia voor het vlees, aan Vietnam voor het leer en aan China voor de medicijn industrie.

We fietsen over rustige wegen waar langs de kant, op de weg, de rijst ligt te drogen. Op onze volgende bestemming worden rijstvellen gemaakt. U weet wel, die half doorzichtige vellen waarin een keur aan groenten wordt opgerold. Het is een arbeidsintensief proces. De mensen zijn er de hele dag mee bezig. Voor een paar dollar. In de tuin staan grote ronde vaten die aan de bovenkant naar binnen gebogen zijn. Vaten voor de opslag van water. Deze vaten ‘ademen’ lichtjes in de zon. Het water aan de buitenkamp dringt zachtjes door de klei wand en verdampt, een proces dat warmte onttrekt aan het vat waardoor  het water in het vat gekoeld wordt. Ingenieus. Daarna bezoeken we een plek waar bananen chips gemaakt worden. De banaan heel dun snijden, drogen in de zon, zachtjes roosteren en vervolgens in plastic zakjes dicht sealen boven een kaarsvlammetje. Primitief maar effectief.

We gaan verder. Naar een plek waar rijstwijn geproduceerd wordt. Een fascinerend proces. Eerst wordt de rijst gekookt, dan gefermenteerd met een soort gistoplossing, vervolgens verhit, gedistilleerd en weer afgekoeld. We kopen een flesje rijstwijn, een halve liter, met een alcoholpercentage van 40%. En het smaakt voortreffelijk. Ons volgende bezoek is aan bamboe bedrijf. Waar men gekookte rijst in de holle bamboe stengels propt om de stengels vervolgens lichtjes te roosteren. Waardoor de bamboe stengel zijn smaak af geeft aan de rijst. Dit product is erg populair en bijna overal in Cambodia te koop.

Ons laatste bezoek is aan een bedrijf waar vis verwerkt wordt. Van verre zien we de visfilets al liggen te drogen in de zon op grote bamboe rekken. Ze worden regelmatig omgekeerd. In het fabriekje gaat het er heftig aan toe. En het stinkt er vreselijk. De vissen worden aangevoerd in aanhangwagens, maar er zijn ook speciale vis-auto’s. De hele auto, met uitzondering van de stoel van de bestuurder, ligt vol met vis. De vissen worden in manden naar binnen gedragen, net als de kaasdragers van Almaar. Daar gaan de koppen er af, worden de vissen ontdaan van hun ingewanden en vinnen, open gesneden en in mootjes gehakt. Dat alles gebeurt in vliegende vaart door vaardige vrouwen met vaste handen, scherpe ogen en hele scherpe messen. Er gaat niets verloren. De koppen worden samen met overtollige groenten in een grote molen geschept, waar ze vermalen worden tot een vieze, grijs-groene brij. Dat is krokodillen voer! Wel mooi toch om te zien hoe hier allerlei basale handvaardigheden in ere gehouden worden. En hoe toegewijd de mensen zijn. We fietsen terug door een weids landschap en ademen opgelucht de frisse lucht in. Even voor terugkeer in Battambang nemen we nog een pilsje om ook de keel te goed ontsmetten.

Dan het middagprogramma. Om 1400 uur verzamelen in de lobby. We gaan eerst naar een heilige berg aan een meertje. Een mooie plek. Een lange trap, met heel veel treden, leidt naar boven. Maar ik heb na de fietstocht geen puf meer. Gelukkig staan er bij de ingang, langs het water, wat hutjes met hangmatten. Wat ligt dat heerlijk.

Daarna met de bus naar Phnom Sampov 12 kilometer ten westen van Battambang. Naar de ‘Bat Cave’ en de ‘Killing Caves.’ Toegang 1 dollar. We rijden met een luidruchtige, rode four wheel drive jeep, kosten 5 dollar, naar boven. Naar een bijzondere plek waar een paar prachtige tempels staan. Een plek met een fenomenaal uitzicht. Maar ook een plek waar een hele plastische voorstelling van de Hel is te zien. Met beelden van mensen die op een vreselijke wijze boeten voor hun zonden. Even verder komen we bij twee diepe grotten. De ‘killing caves.’ Het is een afschuwelijke plek. Een plek waar tijdens de Kmer ‘zuiveringen’ maar liefst 10.000 mensen vermoord zijn.

In de grot gegooid. Een grote grot voor volwassenen en een kleinere grot voor de kinderen. Vreselijk. De energie van de plek dringt diep door in mijn poriën. Niet te lang blijven. En je realiseren dat wij ons gelukkig mogen prijzen omdat we het de afgelopen 70 jaar, na de Tweede Wereldoorlog, zo goed hebben gehad. Al is dat niet iedereen aan te zien.

We bewonderen de tempels, kijken naar de ceremonies waar mensen een tempel binnen gaan en een muntbiljet tegen de lippen van een Boeddha beeld aan drukken. En we genieten van de aapjes die onbekommerd hun gang gaan, gewend als ze zijn aan de toeristen. We drinken een biertje, voor de schrik, maken een groepsfoto en gaan weer naar beneden. Daar is het druk. Langs de weg staan en zitten honderden mensen. Ze kijken naar een bijzonder schouwspel, naar de ‘bat cave.’ Waar bij zonsondergang, en dat is het nu, miljoenen vleermuizen de grot uitvliegen. Op zoek naar muggen, vliegen en wat dies meer zij, om ’s morgens vroeg rond 04:30 uur weer terug te keren. Het is een fascinerend gezicht. Die enorme zwerm vleermuizen. En het gaat maar door, het duurt wel een half uur, ongelooflijk. We maken er prachtige opnamen van met onze fototoestellen op de stand ‘filmen.’

’s Avonds gaat de groep uit eten in de stad. Dit keer ga ik niet mee. De ‘killing caves’ hebben mij te zeer aangegrepen. Ik wil even alleen zijn. Dat is helemaal goed. Ik heb, net als mijn collega’s, heerlijk gegeten. Een papaja salad, een chicken curry met rijst en twee biertjes, al met al voor 12 dollar. Niet duur, maar het is toch wel oppassen met de uitgaven. Het geld vliegt je portemonnee uit en ook al zijn het kleine bedragen, het loop aardig op. Ontbijt, lunch, diner en de toegang tot verschillende attracties. Dat kost je al gauw zo’n 40 dollar per dag. De Djoser schatting van 175 dollar per week is wat aan de lage kant.

 

31 maart

31 maart

We verzamelen ons om 0700 in de lobby. We vertrekken vroeg want het wordt een lange reis, ruim 600 kilometer naar Sihanoukville aan de kust. Er is geen directe weg langs de kust. Dus we moeten een heel eind omrijden. We snijden nog een stuk af door over een hobbelige binnendoor weg van klei te rijden. Langs uitgestrekte rijstvelden. Een prachtig gezicht, maar het langdurig door elkaar gehusseld worden is op den duur knap vermoeiend. Gelukkig zijn er de pauzes voor ontbijt en lunch, afgewisseld elke twee uur met een sanitaire stop en rook pauze. Tijdens de lunch pauze gaan we even buurten bij een speciale, nieuwe coffee shop langs de hoofdweg van Phnom Pen naar Sihanoukville. Waar met de hand en met behulp van een indrukwekkende machine, heerlijke koffie wordt gemaakt. Daar zijn drie man zo ongeveer 5 minuten per kop mee bezig, maar het smaakt dan ook voortreffelijk.

Bij een volgende stop, het is inmiddels wat gaan regenen en onweren, worden we vergast op een prachtige regenboog. Een goed teken. Eindelijk, zo tegen 20.00 uur komen we aan in Sihanoukville, onze laatste stop. Het was een lange dag. We checken in, in het Ponleu Reas Thmey hotel in het centrum van de stad, vlak bij het strand. Het hotel heeft betere tijden gekend, of is intensief gebruikt, want Sihanoukville is een gekende toeristische plaats, maar het is adequaat. We gaan de stad in, dat wil zeggen we gaan naar het strand. We zien en we ruiken de zee. Wat een kleurrijk en luidruchtig gebeuren. Dat is weer even wennen. Langs de strand, op een soort boulevard, staan talloze bars en cafés, elk met hun eigen kleur en hun eigen muziek. Een El Dorado voor backpackers. Op het strand staan overal stoelen waar gegeten en gedronken kan worden. Het eten wordt aangedragen vanuit de restaurants aan de boulevard.

We nestelen ons in luie stoelen rond een grote tafel op het strand, vlakbij de zee. En bestellen wat te eten en te drinken. Het  is van goede kwaliteit. Er wordt voortdurend vuurwerk afgestoken, dus de knallen en spetterende lichteffecten zijn niet van de lucht. De vuurwerkpijlen worden gewoon te koop aangeboden op het strand. Even verderop staan wat jongens met fakkels te jongleren. Ook een spectaculair gezicht. En alsof dat nog niet genoeg is begint het in de verte dreigend te onweren. De bliksemschichten komen steeds dichter bij en het wordt drukkend heet. Plotseling begint het te waaien en kort daarna barst er een geweldig onweer los. Hevige plensbuien teisteren het strand. We vluchten naar binnen naar het kleine restaurant van waaruit ons eten en drinken is gebracht. Het is reuze gezellig hier. Zo dicht op elkaar gepakt en schuilend voor het noodweer. Ik maak diverse grandioze Orb foto’s want bij regen en vooral bij onweer vertonen deze lichtbollen, deze ‘intelligente energieën,’ zich graag aan de wereld.

Na ruim een uur neemt het onweer wat af. Enkele collega’s blijven nog gezellig napraten en door drinken in de bar, maar wij gaan terug. Langs de ‘ballententen’ waar uitgebreid gedanst en gefeest wordt, over een straat die nu in een kleine, snel stromende rivier is veranderd, naar het hotel. Alweer een avontuurlijke dag.

 

1 april

1 april

Het weer is opgeklaard. De lucht is schoon, de straten zijn glimmend gepoetst, het meeste straatvuil is weggespoeld, hoogst waarschijnlijk naar de zee en de zon schijnt. We nemen een rustig ontbijt en overleggen wat er te doen is. Er zijn verschillende mogelijkheden. De door mij gekozen tocht over zee en langs de mangrove moerassen gaat niet door. De weg is door het noodweer van gisteren onbegaanbaar. Ten noorden en zuiden van Sihanoukville liggen verschillende stranden. Prachtige witte zandstranden. Daar is het goed toeven. We kunnen ook per boot een tocht maken naar de eilanden voor de kust. Een korte tocht naar een eiland vlak voor de kust, kosten 15 dollar of een wat langere tocht naar enkele verderop gelegen eilanden, kosten 25 dollar. Een tocht met lunch. Ik kies voor de laatste optie. Zijn er nog andere liefhebbers? Neen, die zijn er niet. De meesten willen een rustig dagje, lekker uitslapen en aan het strand liggen.

Ik wordt om 0900 bij het hotel opgehaald en naar de haven gebracht waar de boot ligt. Het is een relatief kleine haven met enkele imposante kranen. Er liggen een paar schepen aan de kade afgemeerd, geen super grote schepen, maar dat komt nog wel. Het land is nog steeds in opbouw. De haven op zich is de moeite waard. Op de hellingen liggen prachtig gekleurde schepen en vlak langs de weg wordt een nieuw schip gebouwd. Het houten framewerk is een machtig gezicht. Andere schepen worden gebreeuwd (het dichtstoppen van de naden met katoen) en in de verf gezet.

Ik ga aan boord van mijn schip en wacht op de dingen die komen gaan. Langzaam loopt het schip vol. Er worden allerlei vruchten en andere etenswaren aan boord gebracht en even voor tienen meldt de schipper van het vaartuig zich. Een vrolijke, capabele man. Als we van wal steken zie ik dat ik de enige Europeaan aan boord ben, temidden van een groep van 50 Cambodjanen. Maar dat maakt niet uit. De mensen zijn heel vriendelijk. De wat oudere vrouwen glimlachen zo af en toe naar me, maar de jonge meisjes kijken stuurs voor zich uit. Die zijn te druk bezig met hun eigen schoonheid en vallen na een kwartier in slaap. Er is koffie, thee en water aan boord. Na een klein uur varen wordt het schip bij een van de kleine eilanden voor de kust stil gelegd en gaat het buffet open. Het is een beetje dringen, maar er is genoeg. Allemaal heerlijke gerechten, maar ik ben toch een beetje voorzichtig en neem alleen wat gebakken rijst en wat vruchten.

Naast ons ligt de ‘party’ boot. De boot die naar de eilanden vlak voor de kust is gevaren. Een vierdekker vol blote witte lijven, schreeuwende kinderen en blèrende muziek. Ben ik blij dat ik daar niet bij zit. Wij varen verder, het is nog een heel eind. Al met al is het ruim twee uur varen vanaf Sihanoukville. Maar het is de moeite waard, het is zeer de moeite waard. We meren om 12:30 uur af aan een steiger en krijgen te horen dat we om 15:00 weer terug aan boord moeten zijn. Het is een idyllisch plekje. Een eiland met prachtige brede witte stranden, omzoomd door palmbomen. Met hier en daar een restaurantje, wat parasols en bankjes. En een heldere blauwgroene zee. Ik kleed me uit, trek mijn zwembroek aan en loop de zee in. Heerlijk. Prachtig schoon water en een uiterst aangename temperatuur. Ik zwem wat, drijf wat rond in dit heldere water en laat het zoute zeewater inwerken op mijn huid. Wat doet me dat goed!

Dan uit het water en even in een Italiaans restaurant wat eten. Pinacolada met spaghetti. Wat een feest. Daarna ga ik weer het water in en zwem ik nog wat rondjes. Even voor 1500 ben ik terug aan boord. Maar nog niet iedereen is er. De schipper wacht geduldig en 20 minuten later komen de laatste gasten, een paar mooie jongens en meisjes, gehaast aanlopen. We varen terug naar Sihanoukville. Een fantastische tocht. De laag staande zon wordt prachtig weerspiegeld in het water. De wolken die zich boven land samentrekken vormen een majestueus gezicht. Om 17:30 uur zijn we weer aan wal, waar een speciale taxi mij, en een collega, naar het hotel rijdt. Allemaal prima geregeld.

Even douchen en schone kleren aantrekken. Want het is vanavond de laatste avond dat we samen zijn. Ons laatste avondmaal. We nemen afscheid van Nara en de chauffeur met een woord van dank van Patrick en twee goed gevulde enveloppen. Dan gaan we met twee tjuk tjuks naar een restaurant ten noorden van Sihanoukville. Een mooi plekje waar enkele collega’s die dag al zijn geweest. Ze hebben heerlijk aan het stand gelegen, al het heeft hier ook enige tijd geregend. Daar heb ik verder uit de kust niets van gemerkt. Ik heb de hele dag zon gehad. Een van onze Belgische collega’s is binnenkort jarig, ze is al een eind in de 70 en dankbaar dat ze er nog mag zijn. Ze biedt ons allen een drankje aan. Er is een ruime keuze uit verschillende cocktails met allemaal inspirerende namen zoals ‘sex on the beach.’ Wij hebben ook een cadeau voor haar. Dan is het mijn beurt om onze reisleider Patrick, namens de groep, te bedanken voor zijn goede zorgen. Hij heeft het uitstekend gedaan. Ons prima opgevangen toen het vliegtuig vertraagd was, ons altijd en overal van uitstekende informatie voorzien, altijd opgewekt en nooit te beroerd om iemand te helpen. Dat de reis hier en daar wat lang en vermoeiend was, daar kon hij ook niets aan doen. Maar hij zal het met Djoser bespreken, zei hij. Onze dank ging uiteraard vergezeld van een envelop met inhoud. Dan laat in de avond, door een donker oerwoud, terug naar het hotel.

 

2 april

2 april

We moeten die dag om 10:00 uur in de lobby zijn. Tijd genoeg om onze spullen te pakken en een ontbijtje om de hoek te nuttigen. Nu willen we ook wel weer naar huis. Op weg naar het vliegveld van Phnom Pen wordt het steeds drukker. En er valt een bui. Onderweg nemen we nog een kopje koffie, maar we willen niet te lang blijven hangen. Er wordt gesproken van lange files voor Phnom Pen en we willen onze vlucht niet missen. Maar het valt gelukkig mee. We zijn ruim op tijd op het moderne, kleine vliegveld van Phnom Pen. Daar nemen we wat te eten en drinken en checken vervolgens in. In de vertrekhal kunnen we nog enkele laatste inkopen doen en nog een laatste kom soep nemen. En ons Cambodjaanse geld opmaken. De vlucht, een Airbus A320, vertrekt pas om 18:20 uur en komt 2.35 uur later aan in Hongkong. Daar hebben we ruim twee uur de tijd om over te stappen op onze vlucht naar Amsterdam. Die vertrekt om  23:35 uur. We vliegen met een Boeing 777-300 ER van Cathay Pacific, vluchtnummer CX271. En de duur van de vlucht is maar liefst 12,25 uur!

3 april

 

3 april

Het is een lange vlucht. En de beenruimte is nog steeds krap. De kist zit tjokvol, er kan geen kip meer bij. Onderweg wordt het 3 april. Het vliegtuig vliegt net iets langzamer dan de aarde draait. Onderweg worden we weer ruim voorzien van diner en ontbijt en kunnen we de resterende films bekijken. Veel slaap is er niet bij, maar ja, dat weten we. De aankomst in Amsterdam is gepland om 06:40 uur. Het wordt ietsje later maar dat is geen probleem. De paspoort controle wordt deels door de marechaussee en deels door automaten gedaan. Dan op naar de bagage claim. Onze bagage is netjes meegekomen. Er is eigenlijk geen tijd om behoorlijk afscheid van elkaar te nemen. De groep is na de paspoort controle en bij de bagage claim wat uit elkaar geraakt. Misschien een volgende keer, of bij een reünie. Met verhalen, foto’s en lekkere hapjes. Het is maar een idee. Ik neem nog even afscheid van Patrick en ga daarna huiswaarts. Het was een bijzondere en heel avontuurlijk reis. Een reis met prima reisbegeleiding en leuke collega’s. Bedankt!